Portill

Rechtsrubriek:

 Burgerlijk recht: overige 86.39

 Publicaties

  Links

Gepubliceerd
Publicatie type
Bron
Auteur
Titel
Sorteer op:
  •   Titel: Alles is betrekkelijk: over de relatie tussen normschending en sanctie in het aansprakelijkheidsrecht trans
Auteur:  Lindenbergh, S.D.
Bron:  Erasmus Universiteit Rotterdam
Abstract:  Is de Nederlandse Bank als toezichthouder aansprakelijk voor de schade van houders van levensverzekeringspolissen van de door wanbeheer faillietverklaarde verzekeringsmaatschappij Vie d’Or? Is de producent van het ondeugdelijke voorbehoedmiddel Implanix aansprakelijk voor de kosten van opvoeding van een kind dat door de ouders niet was gepland? Is Martinair als werkgever aansprakelijk voor de schade die een stewardess oploopt doordat tijdens een verblijf tussen twee vluchten op Cuba de gezagvoerder op de terugweg van restaurant naar hotel in een golfkarretje stapt, daarmee de stewardess aanrijdt en over haar been heen rijdt? Is een werkgever die werknemers met asbest laat werken aansprakelijk voor de schade van een werknemer die longkanker krijgt, ook als niet kan worden vastgesteld dat de kanker het gevolg is van de blootstelling aan asbest, van het langdurig roken van sigaretten of van een fysieke aanleg voor het ontwikkelen van longkanker? Arends en Beelaerds strijden om de erfenis van een fraaie hoeve. Arends delft het onderspit, maar voordat hij de hoeve verlaat, zaagt hij alle prachtige oude linden die het erf omringen om. Op welke schadevergoeding kan Beelaerds aanspraak maken? Ik verzin deze voorbeelden niet; zij zijn een greep uit de dagelijkse praktijk van het vak. Een vak dat gaat over leven, werk en dood, met als belangrijk verbindend thema: geld.
  •   Titel: Annotatie bij HR 14 oktober 2005, C04/200HR , NJ 2005, 539 (City Tax BV / De Boer) trans
Auteur:  Boom, W.H. van
Bron:  Erasmus Universiteit Rotterdam
Gepubliceerd in:  Jurisprudentie Aansprakelijkheid 2006/1, nr. 10, p.103-106
Abstract:  Een taxichauffeur neemt op een nachtelijke rit dezelfde route die hij de dag ervoor zonder problemen ook al had gebruikt, maar in het duister komt hij met zijn taxi in een stuk (intussen?) uitgefreesd wegdek terecht. De schade aan de ruim tien jaar oude taxi bedraagt ruim hfl. 8.000 (ongeveer eur 3600) en de werkgever is kennelijk niet cascoverzekerd tegen deze schade. Ik maak mij sterk dat de chauffeur in dit geval ook geen aansprakelijkheidsverzekering had, want dergelijke voorvallen plegen niet onder WAMpolis of AVP te worden gedekt. Het gaat hier dus waarschijnlijk om een zuivere aansprakelijkheidscasus zonder verzekeringsperikelen, en dan komt de beschermingsidee van artikel 7:661 BW duidelijk naar voren. Die idee is simpel gezegd dat de werknemer als sociaal-economisch zwakkere behoudens opzet of bewuste roekeloosheid niet de lasten van zijn onzorgvuldige taakuitoefening behoort te dragen, mede gezien het ervaringsfeit dat waar (met routine) gewerkt wordt, ook fouten worden gemaakt. Het is integendeel de werkgever die de lusten én lasten van de opgedragen werkzaamheden draagt.
  •   Titel: Annotatie bij HR 2-12-2005, C04/353HR trans
Auteur:  Boom, W.H. van
Bron:  Erasmus Universiteit Rotterdam
Gepubliceerd in:  Jurisprudentie Aansprakelijkheid 2006/1, nr. 12, p. 130-133
Abstract:  Letsel- en en zaakschade van de werknemer, opgelopen bij de uitoefening van de beroepswerkzaamheden, kunnen op de werkgever worden verhaald, tenzij de werkgever kan aantonen geen zorgplicht te hebben geschonden of de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer (art. 7:658 BW). Bij verkeersongevallen waarbij de werknemer betrokken is, speelt de complicatie dat de werkgever veelal geen invloed op de verkeerssituatie kan uitoefenen en dus geen zeggenschap heeft over de ‘werkplek’. Dat brengt met zich dat de zorgplicht van de werkgever uit artikel 7:658 BW veelal niet de verkeersbewegingen van de werknemer bestrijkt. Een werknemer die zelf een auto bestuurt en letsel oploopt waar geen andere weggebruiker voor aansprakelijk kan worden gesteld, zal daarom niet met een beroep op art. 7:658 BW de werkgever tot vergoeding kunnen aanspreken.
  •   Titel: Annotatie HR 7 april 2006, C05/004HR trans
Auteur:  Boom, W.H. van
Bron:  Erasmus Universiteit Rotterdam
Gepubliceerd in:  Jurisprudentie Aansprakelijkheid 2006/8, nr. 6, p.679-691
Abstract:  Dit arrest is om verschillende redenen belangwekkend te noemen. Allereerst is het arrest een serieuze toepassing van de Kelderluik-factoren (zie hierna onder 1). In de tweede plaats geeft het toepassing aan het Taxusstruik-arrest (onder 2). En in de derde plaats is het arrest een voorbeeld van het ineenvloeien van de onrechtmatigheidsvraag en de omkeringsregel (onder 3).
  •   Titel: Compensating and preventing damage: is there any future left for tort law? trans
Auteur:  Boom, W.H. van
Bron:  Erasmus Universiteit Rotterdam
Abstract:  Europe is witnessing an ongoing debate amongst scholars, practitioners, and policy makers on the need for tort reform, especially with regard to the field of personal injury. Although the call for reform has not been voiced as distinctly as in the United States of America, there is a growing number of incidents that points towards a central question for European tort law scholars: is there any future left for tort law when it comes to compensating and pre-venting death and personal injury?
  •   Titel: De aansprakelijkheid van de werkgever voor arbeidsongevallen en beroepsziekten: een rechtsvergelijkend onderzoek trans
Auteur:  Waterman, Y.R.K.
Bron:  Erasmus Universiteit Rotterdam
Jaar:  2009
  •   Titel: Efficacious enforcement in contract and tort trans
Auteur:  Boom, W.H. van
Bron:  Erasmus Universiteit Rotterdam
  •   Titel: Fundamental rights and private law: A relationship of subordination or complementarity? trans
Auteur:  Olha O. Cherednychenko
Bron:  Universiteit Utrecht
Gepubliceerd in:  Utrecht Law Review, Volume 3, Issue 2 (December 2007)
Abstract:  Originally, private law was considered to be immune from the effect of fundamental rights, the function of which was limited to being individual defences against the vigilant eye of the state. This traditional view, however, has recently been put under pressure as a result of fundamental rights increasingly becoming relevant for private law. The relationships between private parties under private law have started losing their immunity from the effect of fundamental rights. The major question at present is no longer whether fundamental rights may have an impact on private law, but to what extent this will occur, and the answer to this question will determine the future of private law. The primary aim of this article is to establish how fundamental rights and private law (may) relate to each other at present in different legal systems. In light of this, the article considers how fundamental rights (may) affect the relationships between private parties under private law and what consequences this effect has for the relationship between fundamental rights and private law.
  •   Titel: Gedrag van toen, normen van nu? trans
Auteur:  Boom, W.H. van
Bron:  Erasmus Universiteit Rotterdam
Gepubliceerd in:  Tijd en onzekerheid (BWKJ 16), Quint 2000, p. 45-58
Abstract:  Gedragingen van toen worden getoetst aan de normen van toen; het lijkt zo vanzelfsprekend. Maar de vanzelfsprekendheid van dit uitgangspunt botst soms op de werkbaarheid, en heel soms zelfs ook op de redelijkheid ervan. Want in veel gevallen zal het niet gemakkelijk zijn om gedragingen van twintig tot dertig jaar geleden thans op juiste waarde schatten. Dat geldt zeker wanneer geschreven normen destijds ontbraken. Weet u met nauwkeurigheid en objectiviteit het maatschappelijk leven van zeg vijfentwintig jaar geleden te schetsen? Leggen we nu werkelijk maatstaven van toen aan? En zo ja, is dat dan per definitie redelijk? Dit zijn moeilijke vragen, waar wij geenszins pasklare antwoorden op hebben. We trachten in deze bijdrage daarom niet antwoorden te formuleren, maar we volstaan met een voorlopige analyse van de materie. Met dat in het achterhoofd bestuderen we daarom nader de werkbaarheid (§ 2) en de redelijkheid (§ 3) van het uitgangspunt dat aansprakelijkheid voor gedragingen uit het verleden moet worden beoordeeld volgens de normen zoals die destijds golden. We besluiten (§ 4) met een inventarisatie van de mogelijke denkrichtingen voor de toekomst.
  •   Titel: HR 24 december 1999, RvdW 2000, 12 (Nugteren/Meskes); Mede-aansprakelijkheid, samenlopende schadeoorzaken, hoofdelijkheid trans
Auteur:  Boom, W.H. van
Bron:  Erasmus Universiteit Rotterdam
Gepubliceerd in:  Nederlands Tijdschrift voor Burgerlijk Recht 2000/5, p. 200-204
  •   Titel: Inherent risk and organisational design in European tort law trans
Auteur:  Boom, W.H. van
Bron:  Erasmus Universiteit Rotterdam
Jaar:  2009
  •   Titel: Moord en doodslag in het aansprakelijkheidsrecht trans
Auteur:  Lindenbergh, S.D.
Bron:  Erasmus Universiteit Rotterdam
Gepubliceerd in:  AA 2008, p. 598-599
Beschrijving:  Hebben de nabestaanden van de door haar huisbaas Pascal vermoorde Nadia recht op vergoeding van de schade die zij daardoor lijden?1 Moord en doodslag worden doorgaans geassocieerd met het strafrecht en dat is iets heel anders dan het civiele aansprakelijkheidsrecht. Het één (straffen) is gericht op leedtoevoeging aan de dader teneinde te vergelden en af te schrikken, het ander (schade vergoeden) is gericht op herstel van de benadeelde. Dat zijn verschillende doeleinden en voor de verwe-zenlijking daarvan gelden verschillende regels en bestaan processueel gescheiden circuits. Voor de doorsnee Nederlander is dat misschien niet evident, voor juristen wel.
  •   Titel: Ongerechtvaardige verrijking: een systematische analyse van het begrip ongerechtvaardigheid, toegepast op kostenverhaal bij bodemsanering trans
Auteur:  Meijer, J.W.M.K.
Bron:  Erasmus Universiteit Rotterdam
Abstract:  The subject of unjust enrichment has attracted many authors in The Netherlands. Specifically the question whether an enrichment should be considered unjust has given rise to a variety of opinions. However, this scholarly attention has not led to a widely accepted and practical understanding of unjust enrichment in Dutch law. It remains unclear what criteria should be used in a specific case. Any approach to unjust enrichment should be an integral part of Dutch civil law. In my opinion the best way to achieve this is by studying other types of legal actions in Dutch civil law. A comparison with tort has been chosen for this study. This comparison is based on three hypotheses. The first hypothesis deals with the fact that in my view unjust enrichment and tort law are part of a bigger whole: The necessity to rectify an unjustified situation. Whereas unjust enrichment is used to remedy those situations where an enrichment has come to exist that can not remain with the enriched party, tort law is concerned with correction of situations where damage has occurred. In other words: unjust enrichment law deals with the ‘plus’ and tort law deals with the ‘minus’. The advantage of placing unjust enrichment into a larger perspective that also contains tort, is that developments in the field of tort can be applied to better understand unjust enrichment. Of course this can only be true if developments in tort law have come so far that it is understood when the occurrence of damage should be considered tortuous. This leads to the second hypothesis: The development of tort has reached the point where the grounds for tort in written and unwritten law have become clear. If this hypothesis is accepted, a third hypothesis can be formulated: If the first and second hypothesis are accepted, the grounds for liability and the way they are applied could be the same for tort and unjust enrichment. This third hypothesis forms the basis for the systematic approach to determine whether an enrichment is unjust. According to this hypothesis the way it is decided if damage has occurred tortuously is similar to the way in which an enrichment is judged to be unjust. This means that to understand unjust enrichment, one has to understand tort. An analysis of tort in The Netherlands is therefore needed.
  •   Titel: Ore stabit trans
Auteur:  Lindenbergh, S.D.
Bron:  Erasmus Universiteit Rotterdam
Jaar:  2009
  •   Titel: OUBLIÉ D’ASSURER, OBLIGÉ DE COMPENSER?: Enige opmerkingen over aansprakelijkheid van de werkgever wegens het niet verzekeren van zijn werknemer trans
Auteur:  Boom, W.H. van
Bron:  Erasmus Universiteit Rotterdam
  •   Titel: Principles of European Tort Law – art. 5:101-102 - Strict liability trans
Auteur:  Boom, W.H. van
Bron:  Erasmus Universiteit Rotterdam
Gepubliceerd in:  Europa Law Publishing 2008 (European Studies in Private Law no. 3), p. 133-149
Beschrijving:  An Integrated or Compartmentalized Approach?, In: Antoni Vaquer, European Private Law Beyond the Common Frame of Reference – Essays in Honour of Reinhard Zimmermann
  •   Titel: Restitutie en schadevergoeding na aanbodcollusie trans
Auteur:  Boom, W.H. van
Bron:  Erasmus Universiteit Rotterdam
Gepubliceerd in:  Bouwrecht nr. 9 (2003), p. 768-773
Beschrijving:  In deze bijdrage wordt een kort overzicht gegeven van de juridische complicaties die kunnen spelen bij het terugvorderen van teveel betaalde aanneemsommen na gebleken aanbodcollusie. De conclusie kan kort zijn: alles hangt af van het concrete dossier zoals dat aan de rechter wordt voorgelegd. Daarom is hetgeen hierna volgt, noodzakelijkerwijs algemeen en weinig concreet.
  •   Titel: Some Remarks on the Decline of Rylands v Fletcher and the Disparity of European Strict Liability Regimes (House of Lords 19 November 2003, [2004] 1 All ER 589 [Transco plc (formerly BG plc and BG Transco plc) v Stockport Metropolitan Borough Council]) trans
Auteur:  Boom, W.H. van
Bron:  Erasmus Universiteit Rotterdam
Gepubliceerd in:  Zeitschrift für Europäisches Privatrecht, 2005 (3), pp. 618-637
Abstract:  In the summer of 1992, a leak developed in an underground water pipe belonging to the Stockport Borough Council. As a result, a considerable part of the embankment suddenly gave way and slid downwards, leaving a 27 meter long section of a gas main exposed and unsupported. Gas company Transco (formerly: British Gas), that was responsible for maintaining the gas pipeline, quickly reinstalled the support of the gas pipeline and repaired the embankment in order to mitigate the instant and serious risk of explosion. Transco sued the Council for the repair cost. As the cause of the water pipe rupture was never determined, the claim could not be based on negligence on the part of the Council. However, Transco claimed that the Council was liable without proof of negligence under the rule in Rylands v Fletcher.
  •   Titel: The reversal of the burden of proof in the Principles of European Tort Law trans
Auteur:  Ivo Giesen
Bron:  Universiteit Utrecht
Gepubliceerd in:  Utrecht Law Review
Jaar:  2010
Abstract:  Although it is not one of its main features, the Principles of European Tort Law (PETL) have devoted some attention to the rules regarding the burden of proof in tort cases, especially to the possibility of a reversal of that burden. Since such a reversal of the burden of proof will be highly relevant for the substantive outcome of a tort case, one needs to be able to justify such a reversal on normative grounds. However, that justification is not always advanced clearly enough in the PETL. At the same time the PETL focus largely on the possible exceptions to the general rule on the burden of proof. As a result, the underlying general rule as such has not been codified. This paper analyses the burden of proof rules in the PETL not only from a more technical point of view, but also from the perspective of the possible influence they might have on the substantive outcome of tort cases. To highlight their content, importance and possible inspirational force for a future ‘European tort law’, these Principles are contrasted with their counterparts under Dutch tort law. The aim is to answer the question whether the choices made in the PETL are justifiable and whether the Dutch tort system can – or maybe even should – seek inspiration from these Principles.
  •   Titel: Third party losses in a comparative perspective. Three short lectures in honour of W.H.V. Rogers trans
Auteur:  Cees van Dam, Esther Engelhard & Ivo Giesen
Bron:  Universiteit Utrecht
Gepubliceerd in:  Utrecht Law Review, Volume 3, Issue 2 (December 2007)
Beschrijving:  In honour of Horton Rogers, as the holder of the rotational G.J. Wiarda chair at Utrecht University, a symposium was held on 13 June 2007 concerning the right of third parties to compensation in cases of injury – one of the most provoking themes in tort law and the law of damages. The key question was to what extent relatives and the employer of an injured victim should be compensated for their pecuniary losses and the loss of earnings caused by the primary victim’s injuries. In three contributions an account of the state of the law was provided with regard to three European jurisdictions (English law, German law and Dutch law) and the so-called ‘Principles on European Tort Law’ and ‘Principles on European Law on Liability for Damages’. These contributions show that all three national law systems have rights for relatives and employers to recover, in some form, but with substantial differences between the (rules governing) the amount of compensation and as to the nature of these rights. Both sets of European principles demonstrate great differences as well. In each contribution further reflections are given on what would be the better position to take. These three contributions are brought together in this article in which also the state of the law is critically discussed.
  •   Titel: Troostgeld voor naasten? Een ruimere blik is noodzakelijk. trans
Auteur:  Boom, W.H. van
Bron:  Erasmus Universiteit Rotterdam
Gepubliceerd in:  AV&S nr. 4 (2001), p. 95-98
Beschrijving:  In de literatuur wordt al enige tijd aangedrongen op een wettelijke regeling van smartengeld voor nabestaanden.1 Naar aanleiding van kamervragen over deze kwestie heeft de Minister van Justitie zich nader beraden. Op 20 juni j.l. maakte hij in een brief aan de Tweede Kamer zijn standpunt bekend, waarover hij met het parlement van gedachten wil wisselen. De minister verklaart dat hij overweegt een wetsvoorstel in te dienen dat aan familieleden van een overledene of ernstig gekwetste een eigen recht geeft op vergoeding van immateriële schade jegens degene die aansprakelijk is voor de dood of het ernstige letsel van hun naaste.2 Het wetsvoorstel zou, zo stelt de minister zich voor, aan een vaste kring van personen recht geven op een vast bedrag (gedacht wordt aan 10.000 Euro), bij wijze van erkenning van het feit dat ook aan de naasten van de overledene of gekwetste schade is toegebracht. Met de brief wil de minister met de kamer de discussie aangaan over de contouren van een eventuele regeling. In deze bijdrage volgt een weergave en kort commentaar, waarbij gepleit zal worden voor een ruimere blik op de materie.
  •   Titel: Van Nederlands naar 'Europees' onrechtmatige daadsrecht trans
Auteur:  Boom, W.H. van, Giesen, I.
Bron:  Erasmus Universiteit Rotterdam
Gepubliceerd in:  Nederlands Tijdschrift voor Burgerlijk Recht 2004/10, p. 515-523
Beschrijving:  In deze bijdrage gaat het om de vraag hoeveel invloed het Europese, in de zin van: van de Europese Unie (EU) afkomstige, recht op het Nederlandse buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht heeft. Die invloed is niet zo heel groot, zoals wij aan de hand van een korte schets van de huidige stand van zaken zullen laten zien (§2). Dat betekent tevens dat onze (Nederlandse) omgang met het (nog steeds Nederlandse) aansprakelijkheidsrecht niet fundamenteel gewijzigd is door de toenemende stroom van regelgeving vanuit Europa. Er gebeurt wel van alles op het terrein van het aansprakelijkheidsrecht, maar die gebeurtenissen spelen eerder op wat wij maar ‘particulier terrein’ noemen. Er zijn sinds de jaren ’90 namelijk een aantal groepen van wetenschappers die zich voorgenomen hebben het voortouw te nemen bij de harmonisatie van het buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht. Juist omdat de EU tot op heden veel ruimte overlaat voor particulier initiatief, zullen wij die particuliere ontwikkelingen, met name de ontwerpen voor zogenaamde ‘Principles’, beschrijven (§3). Vervolgens wordt de vraag besproken of het eigenlijk zinvol is om te streven naar een geharmoniseerd aansprakelijkheidsrecht binnen de EU en of we beter af zijn met dit soort ‘Principles’ (§4). Ons antwoord luidt dat zulks slechts in beperkte mate het geval is. We concluderen in die paragraaf verder nog dat de rol van de EU waarschijnlijk gering zal blijven omdat de eenmaking op het gebied van het onrechtmatige daadsrecht tegen een aantal concrete hindernissen oploopt en de politieke noodzaak tot harmonisatie van algemene basisregels ontbreekt.
  •   Titel: Verjaring van mesothelioomclaims doorbroken trans
Auteur:  Boom, W.H. van
Bron:  Erasmus Universiteit Rotterdam
Gepubliceerd in:  Aansprakelijkheid en Verzekering 2000/3-4, p. 55-69
Beschrijving:  Op 28 april j.l. wees de Hoge Raad twee belangrijke arresten inzake verjaarde mesothelioomclaims. De Hoge Raad heeft thans de mogelijkheid erkend om met een beroep op art. 6:2 BW de absolute verjaringstermijn te doorbreken in die gevallen waarin dertig jaar te kort is om de schade te doen ontstaan. Bij deze uitzonderlijke doorbraakmogelijkheid, en de uitwerking die de Hoge Raad er aan heeft gegeven, zijn echter de nodige vraagtekens te plaatsen.
  •   Titel: Vuistregels voor een redelijke opzegtermijn trans
Auteur:  M.W. de Hoon
Bron:  Universiteit van Tilburg
Jaar:  2010