Portill

Rechtsrubriek:

 Vreemdelingenrecht 86.58

 Publicaties

  Links

Gepubliceerd
Publicatie type
Bron
Auteur
Titel
Sorteer op:
  •   Titel: Annotatie bij ABRvS 29 februari 2008, 200701721/1 trans
Auteur:  Beltman, D.
Bron:  Rijksuniversiteit Groningen
Jaar:  2008
  •   Titel: Best Practice Guide Asiel trans
Auteur:  Pieter-Jan van Kuppenveld ; Jakob Wedemeijer
Beschrijving:  De Best Pratice Guide Asiel beschrijft de taken en dilemma’s waarvoor advocaten zich gesteld zien en geeft praktische tips en advies bij de keuzes die moeten worden gemaakt.
  •   Titel: European Citizenship and the Competence of Member States to Grant and to Withdraw the Nationality of their Nationals trans
Auteur:  Eijken, H. van
Bron:  Universiteit Utrecht
Jaar:  2011
Beschrijving:  In the case of Janko Rottmann, the competence of the Member State to grant and to withdrawal the nationality of their nationals is topic of debate. Does the fact that European citizenship is founded on the nationality of the Member States pre- clude the exercise of this competence without considering the consequences for the status and rights of Union citizenship? The Court of Justice of the EU concludes in the present case that this exercise of competences by the Member States may be limited by the principle of proportionality. In this case note this judgement is analysed, also in the context of previous case law on Union citizenship and nationality.
  •   Titel: Evaluatie Vreemdelingenwet 2000; terugkeerbeleid en operationeel vreemdelingentoezicht trans
Auteur:  Commissie Evaluatie Vreemdelingenwet 2000 (voorz. M. Scheltema), Kromhout, M.H.C., Kiwa Management Consultants, Bureau Boekhoorn Sociaal-Wetenschappelijk Onderzoek; Universiteit van Tilburg
Bron:  Universiteit van Tilburg
Gepubliceerd in:  WODC
Beschrijving:  Dit rapport bevat het eerste deel van de evaluatie Vw 2000 en betreft het terugkeerbeleid voor afgewezen asielzoekers en het operationeel vreemdelingentoezicht. Voor in het rapport is het advies van de Commissie Evaluatie Vreemdelingenwet 2000 over deze onderwerpen opgenomen. Daarop volgen een inleiding en de rapportages over de beide deelprojecten. (Bron: WODC)
  •   Titel: Het lontje van Lumey. Slaat de Centrale Raad van Beroep een bres in de koppelingswet? trans
Auteur:  Wentholt, Klaartje; Winter, Heinrich
Bron:  Rijksuniveristeit Groningen
Beschrijving:  In deze beschouwing staan we stil bij de relatie tussen het recht dat Frits Noordam het grootste deel van zijn werkzame leven heeft bestudeerd en het vreemdelingenrecht. Die relatie is sinds 1996 verankerd in artikel 10 van de reemdelingenwet, doorgaans aangeduid als de Koppelingswet. In deze bijdrage willen wij die relatie nader beschouwen. Daarbij besteden we met name aandacht aan de vraag hoe – getuige literatuur en jurisprudentie – het invoegen van een nieuw principe in een bestaand rechtsstelsel uitwerkt. Dat werken we nader uit voor het recht op bijstand, met name van minderjarigen. De zogenoemde Koppelingswet trad op 1 juli 1998 in werking. De bedoeling van de Koppelingswet was om, in aansluiting op het voeren van een meer restrictief vreemdelingenbeleid, aan vreemdelingen die niet legaal in Nederland verblijven, géén aanspraak te verlenen op allerlei voorzieningen. Aan het koppelingsbeginsel ligt de gedachte ten grondslag dat een vreemdeling die zich toegang heeft verschaft tot Nederland, maar die niet is toegelaten en die geen rechtmatig verblijf heeft, het land uit eigen beweging dient te verlaten. Het zou met dat uitgangspunt op gespannen voet staan wanneer de vertrekplichtige vreemdeling niettemin een uitkering of een andere voorziening zou kunnen krijgen. Het koppelingsbeginsel moet verder voorkomen dat de (nog) niet toegelaten vreemdeling een schijn van legaliteit zou kunnen verwerven en op basis daarvan een zodanige rechtspositie op kan bouwen dat hij uiteindelijk niet meer uitzetbaar blijkt te zijn. Het koppelingsbeginsel heeft vooral consequenties voor vreemdelingen die in Nederland verblijven in afwachting op een beslissing of een rechterlijke uitspraak. Zij zijn afgesloten van verstrekkingen, uitkeringen of voorzieningen, terwijl er vaak geen sprake is van illegaal verblijf. - In deze beschouwing staan we stil bij de relatie tussen het recht dat Frits Noordam het grootste deel van zijn werkzame leven heeft bestudeerd en het vreemdelingenrecht. Die relatie is sinds 1996 verankerd in artikel 10 van de reemdelingenwet, doorgaans aangeduid als de Koppelingswet. In deze bijdrage willen wij die relatie nader beschouwen. Daarbij besteden we met name aandacht aan de vraag hoe – getuige literatuur en jurisprudentie – het invoegen van een nieuw principe in een bestaand rechtsstelsel uitwerkt. Dat werken we nader uit voor het recht op bijstand, met name van minderjarigen. De zogenoemde Koppelingswet trad op 1 juli 1998 in werking. De bedoeling van de Koppelingswet was om, in aansluiting op het voeren van een meer restrictief vreemdelingenbeleid, aan vreemdelingen die niet legaal in Nederland verblijven, géén aanspraak te verlenen op allerlei voorzieningen. Aan het koppelingsbeginsel ligt de gedachte ten grondslag dat een vreemdeling die zich toegang heeft verschaft tot Nederland, maar die niet is toegelaten en die geen rechtmatig verblijf heeft, het land uit eigen beweging dient te verlaten. Het zou met dat uitgangspunt op gespannen voet staan wanneer de vertrekplichtige vreemdeling niettemin een uitkering of een andere voorziening zou kunnen krijgen. Het koppelingsbeginsel moet verder voorkomen dat de (nog) niet toegelaten vreemdeling een schijn van legaliteit zou kunnen verwerven en op basis daarvan een zodanige rechtspositie op kan bouwen dat hij uiteindelijk niet meer uitzetbaar blijkt te zijn. Het koppelingsbeginsel heeft vooral consequenties voor vreemdelingen die in Nederland verblijven in afwachting op een beslissing of een rechterlijke uitspraak. Zij zijn afgesloten van verstrekkingen, uitkeringen of voorzieningen, terwijl er vaak geen sprake is van illegaal verblijf.
  •   Titel: Het strafrecht als vicieus sluitstuk van het beleid ten aanzien van criminele vreemdelingen. Het sluimerende probleem van de niet-uitzetbare ongewenst verklaarde vreemdeling trans
Auteur:  Laagland, D.C., Leun, J.P. van der, Meij, P.P.J. van der, Leerkes, A.S.
Bron:  Universiteit Leiden
Gepubliceerd in:  Delikt en Delinkwent
Jaar:  2009
Abstract:  Op grond van artikel 67 Vreemdelingenwet (Vw) kan een in Nederland verblijvende vreemdeling ongewenst worden verklaard. Dit kan bijvoorbeeld wanneer hij bij herhaling strafbare feiten pleegt ofdoor de rechter is veroordeeld voor een misdrijf dat is bedreigd met een gevangenisstraf van drie jaar of meer. Als de ongewenst verklaarde vreemdeling toch in Nederland blijft, maakt hij zich schuldig aan het strafbare feit van artikel I97 Sr. In dit artikel laten we zien dat het beleid is aangescherpt in lijn met de retoriek van de harde aanpak. We laten ook zien dat het middel van de ongewenstverklaring steeds vaker wordt toegepast, zowel bij rechtmatig verblijvende vreemdelingen als bij illegalen. Een verkenning van de handhavingspraktijk brengt echter enkele problemen aan het licht. Zo zijn bij een deel van de ongewenste vreemdelingen de problemen met het uitzetten niet opgelost, maar verschoven. Ook is er een categorie vreemdelingen die in een vicieuze cirkel terechtkomt waarbij permanente strafbaarheid op grond van artikel I97 Sr bestaat maar de persoon ook het land niet kan worden uitgezet. In dit artikel verkennen we de consequenties hiervan voor de verschillende schakels in de handhavingsketen.
  •   Titel: Illegale vreemdelingen in Nederland: Omvang, overkomst, verblijf en uitzetting trans
Auteur:  Engbersen, G.B.M., Staring, R., Leun, J. van der, Boom, J. de, Heijden, P. van der, Cruijff, M.
Bron:  Erasmus Universiteit Rotterdam
Gepubliceerd in:  Risbo
Jaar:  2002
  •   Titel: Illegal immigrants in the Netherlands: a National Expert Report for Clandestino/Eliamep trans
Auteur:  Leun, J.P. van der, Ilies, Maria
Bron:  Universiteit Leiden
Gepubliceerd in:  EU-financed Special Targeted Research Project: ‘Undocumented Migration: Counting the Uncountable. Data and Trends Across Europe’ (CLANDESTINO)
Jaar:  2008
  •   Titel: Internationaal privaatrecht in migratierecht. De evolutie van een tweesporenbeleid trans
Auteur:  Eeckhout, V. Van Den
Bron:  Universiteit Leiden
Gepubliceerd in:  Nemesis
Jaar:  2002
  •   Titel: Kinderen eerst! Over orthopedagogische rapportages in het vreemdelingenrecht trans
Auteur:  H.B. Winter
Bron:  Rijksuniversiteit Groningen
Gepubliceerd in:  Nieuwsbrief Asiel- en Vluchtelingenrecht
Jaar:  2009
  •   Titel: Quality in Dutch asylum law: from ‘strict but fair’, to ‘fast but good’? trans
Auteur:  Winter, Heinrich; Bolt, Korine
Bron:  Rijksuniveristeit Groningen
Beschrijving:  Gepubliceerd in: Quality of Decision-making in Public Law - The Aliens Act 2000 aimed to speed up and improve decision-making in asylum cases. To what extent were these objectives attained and what can be said on the basis of the available data about the factors which determine the quality of asylum decisions? Acceleration of the asylum procedure has certainly been partly realized. However, this is not so much due to the Act as to shifts in emphasis in the decision-making process which are a result of the policy adopted by the Minister of Alien Affairs and Integration. These shifts were made possible partly by case law from the Administrative Division of the Council of State concerning the ‘RC criterion’. At the same time, the evaluation study of the operation of the Aliens Act 2000 showed that in a significant proportion of cases the processing time of asylum applications dealt with according to the normal procedure exceeds the legal time limit. In a large number of cases – up to almost 50% for the cohorts submitting asylum applications in the last quarter of 2003 – the legal time limits are exceeded by six months. On the basis of the evaluation study conclusions can also be drawn about the quality of the decisions involved in asylum cases. It seems that initial decisions are of higher quality than they were under the previous Act and comparable in quality to the old decisions regarding objections. The percentage of judicial reversals is sometimes referred to as a measure for the quality of asylum decisions. While this percentage has been dropping in recent years, it should be borne in mind that this may be partly attributable to changes in the judicial review of asylum decisions. According to the Administrative Division, the Aliens Section should only marginally review the administrative body’s assessment of the facts in asylum cases, which is a radically different approach in comparison with the way the Aliens Section in the first instance used to see its task. The Administrative Division of the Council of State is in fact less critical of the quality of the IND’s work than the old Legal Uniformity Division. The result is that fewer asylum decisions are reversed and lawfulness has thus increased, although this does not necessarily mean that the legal quality of decision-making in asylum cases has risen. Doubts about this are borne out by the criticism of legal aid workers, human rights organizations, the Advisory Committee on Alien Affairs and the Evaluation Committee on the Aliens Act 2000 with regard to the settlement of asylum applications.